Het algemeen doel van de geplande onderzoekslijn over cultuureducatie is het inschatten van het verband tussen het volgen van kunst- en cultuureducatie en de bredere cultuurparticipatie van jongeren. Daarbij wordt er zowel aandacht geschonken aan formele, gestructureerde vormen van kunsteducatie als aan meer informele vormen van cultureel leren, en dit zowel op school als buiten de school. Om voldoende jongeren te kunnen bevragen, zal de bevraging verlopen via een scholenonderzoek.Heel wat onderwijssociologisch onderzoek toont immers het belang aan van de specifieke schoolcontext, voor uitkomstvariabelen als schoolprestaties, welbevinden op school en sociale participatie van de leerlingen zowel op school als buiten school en dit zelfs los van (of in interactie met) de individuele kenmerken van leerlingen en hun ouders. We onderstrepen hier nog dat de kenmerken van de school waarin leerlingen zitten, dus ook belangrijk kunnen zijn voor hun participatie in activiteiten buiten de schoolcontext. Concreet kunnen we de doelstellingen van dit schoolonderzoek beschrijven in zes onderzoeksclusters- die hieronder zeer summier worden beschreven.

  1. Een eerste specifieke doelstelling is het gedetailleerd in kaart brengen van de verschillende vormen van kunst- en cultuureducatie in Vlaanderen. In welk aandeel van de Vlaamse scholen wordt er kunst- en cultuureducatie aangeboden? Welke vormen van cultuureducatie komen er aan bod en in welke mate zijn deze facultatief dan wel verplicht van aard? Zijn er verschillen in het aanbod die samengaan met bepaalde schoolkenmerken zoals de grootte van de school, het onderwijsnet, de structuur van het curriculum, de SES en etnische compositie van de school, etc.
  2. In een tweede onderzoekscluster gaan we dieper in op het culturele klimaat van de school. We gaan na of en hoe de percepties die in een bepaalde school heersen omtrent cultuureducatie en cultuurparticipatie een invloed kunnen hebben op het aanbod aan cultuureducatie, op de aard van de cultuureducatie, maar ook op de samenhang van de cultuureducatie op school en cultuureducatie- en participatie buiten school.
  3. Aangezien leerkrachten een belangrijke rol spelen zowel in de vorming als in de evaluatie van leerlingen zoomen we in de derde onderzoekscluster in op de culturele percepties en participatiepatronen van leerkrachten. We stellen ons hier de vraag of en in welke mate leraars die een bredere smaak hebben of culturele openheid vertonen mogelijk een ander klimaat scheppen voor de leerlingen waar ze les aan geven en hoe dit gelinkt kan zijn aan de bredere cultuurparticipatie van de jongeren.
  4. In een vierde onderzoekscluster focussen we op de link tussen cultuureducatie op school en buitenschoolse vormen van cultuureducatie –en participatie. De bevraging via de school laat hier toe om de rol in te schatten van kenmerken van de schoolcontext, gecontroleerd voor individuele kenmerken van de leerlingen (en hun ouders) op de brede cultuurparticipatie van de jongeren.
  5. In de vijfde onderzoekscluster focussen we op de invloed van cultuureducatie op schoolgerelateerde variabelen. We gaan na of er een link is tussen cultuureducatieprogramma’s (in verschillende vormen en contexten) en school gerelateerde variabelen zoals het welbevinden op school, school attachment en studie-aspiraties. Daarbij laat de methodiek van het scholenonderzoek toe om na te gaan in welke mate deze invloed afhankelijk is van de eerder beschreven schoolkenmerken, gecontroleerd voor individuele kenmerken van de jongeren en hun ouders.
  6. In de zesde onderzoekscluster gaan we na welke factoren de deelname aan cultuureducatie op school (wanneer deze niet verplicht is) en buiten school beïnvloeden? Ook hier gaan we na of naast (of in interactie  met) individuele kenmerken van de jongeren en hun ouders ook schoolkenmerken een rol spelen.

Naast de lacune die we opvullen met het scholenonderzoek willen we in deze onderzoekslijn nog een tweede lacune deels opvullen. Het betreft hier het experimenteel testen van verschillende educatieve methodieken ter bevordering van culturele interesses bij jongeren. Door het opzetten van experimentele designs in samenwerking met pedagogische experts, kunnen erg concrete resultaten bekomen worden met betrekking tot bijvoorbeeld het nut van verschillende manieren van omkadering bij het bezoek van jongeren aan een museum of dansvoorstelling.

Contactpersoon: Jessy.Siongers@UGent.be of Sofie.Beunen@UGent.be